
Richt je op iets waar je woorden voor hebt
In het boek van Ariane van Heijningen, Goedbedoeld moeilijk maken, kwam ik op pagina 120 de volgende woorden van Erik Pool (uit 2018) tegen die zij als toetje aan haar hoofdstuk over concretiseren toevoegde.
‘Als je uit eigen ervaring put kan de ander jou (met vragen) helpen om zelfonderzoek te doen. Als je kennis van anderen reproduceert (en dus niet uit eigen ervaring put), dan kan je via vragen hooguit op je geheugen worden getest: wat weet je allemaal nog uit de verhalen (boeken, documentaires, kranten, kroegpraat, roddels, colleges, instructies) van anderen, wat kun je je nog herinneren. Als we het geheugen niet bevragen worden we niet wijzer; er ontstaat geen nieuw denken, maar slechts de herhaling van oude gedachten. We testen het geheugen en niet het naar wijsheid zoekende denken.’
Het raakte me natuurlijk, zoals trouwens veel meer uit het boek, want het past ook weer zo mooi bij het Zelfkritisch Kompas. Ik hoef denk ik niet uit te leggen dat ik het dan vooral over de creatie-richting van het kompas heb. Voor zo maar wat doorsturen geldt hetzelfde. Er ontstaat niks nieuws. En het voegt dus niks toe. Hier gaat het nog veel meer over dingen die je zelf meemaakt, maar het principe past naadloos. Je vergeet het ook veel sneller. En als je het wel onthoudt is het dus bevragen op iets ouds, iets van iemand anders. Kijk dus altijd of je iets kan creëren met wat je toegereikt wordt, want daarmee wordt het waardevol.
Verderop in het boek gaat het over conceptualiseren. Het is net als concretiseren zojuist een gereedschap dat je kan gebruiken bij het stellen van goede vragen. Er zijn er nog meer en ik kan het boek aan iedereen aanbevelen om daar beter in te worden, maar ik ging ’aan’ -opnieuw- op de raakvlakken met het kompas. Ik las ‘de juiste woorden vinden, het juiste concept vinden, is een cruciaal onderdeel van het socratisch werken. Door de woorden te inden die kloppen, die recht doen, die raken, beleef je de situatie dieper en begrijp je de situatie puurder.
Ariane haalt hierbij de woorden van filosoof Ludwig Wittgenstein aan: ‘de grenzen van mijn taal zijn de grenzen van mijn wereld.’ Dat vult zijn aan met: ‘we kunnen geen betekenisvolle gedachten hebben over datgene waar we geen woorden voor hebben. Woorden vinden, precies de juiste, brengt bij mensen keer op keer beweging en ontroering te weeg. Omdat juiste woorden raken, verzoenen, ontladen. Omdat hun denk-en-doewereld weer een klein beetje groter geworden is.’
Daar zit alles in denk ik. Alleen al dat ‘beetje groter’. In een wereld met een overload aan informatie hoef je niet alles tot je te nemen, een klein beetje is vaak al meer dan genoeg. En wat als we er zelf geen betekenisvolle gedachten over kunnen hebben, omdat we er helemaal gewoon woorden voor hebben, dan stel ik voor om het aan je voorbij te laten gaan. En je dus te richten op iets waar je wel woorden hebt. Want ten eerste is het dan input waar je zelf wat mee kan en ten tweede raak jij daarmee zelf ook mensen met de boodschap die je de wereld in zendt.
Hier koop je het boek van Ariane.
