Terug naar kompas

Deel dit artikel:

Heb je het juist of ben je interessant?

Vlak voor de laatste dag van 2025 las ik weer een blog van Stepfanie Tyler (Bad girl media), waarvan ik dacht ‘daar moet ik wat mee’. Toen er vervolgens de dag erna nog één in m’n mailbox verscheen waarbij ik hetzelfde dacht, was er geen ontkomen meer aan. De principes van het Zelfkritisch Kompas beginnen ook bij mijzelf steeds beter te werken: ’t valt in de smaak, ik vertrouw haar mening en ik maak er zelf een verhaalt(je) van (creëren). Dan raken we toch drie van de vier hoeken van ons kompas aan. En zij heeft het zelf dan ook nog over diagonale lijnen in plaats van rechte, waarbij ik gelijk denk aan het niet lineair zijn van focus, dus dan hebben we ze zelfs alle vier te pakken.

Een mooi verhaal onderbreken met stomme feitjes

In haar blog valt ze gelijk met de deur in huis door te zeggen dat we in een tijdperk leven waarin mensen weliswaar ‘technisch gezien gelijk hebben, maar geestelijk dood zijn’. Ze vertelt dan dat ze het heeft over -wie kent ze niet- mensen die een mooi verhaal van iemand onderbreken om iets wat helemaal niet ter zake doet even te corrigeren. Het gaat haar erom dat mensen vaak van alles wel weten en dat willen etaleren maar zelf nooit met originele gedachtes komen. Het gebrek aan verbeeldingskracht dat wordt verbloemd door wel veel feitjes op tafel te gooien. Ik moet zeggen dat ik mezelf niet herken in te weinig verbeeldingskracht, maar ook wel de neiging heb om feiten te willen controleren. En dat is precies haar punt. Want een deel van het probleem, vervolgt zij in het blog dat je echt even moet lezen, is dat “gelijk hebben” nog nooit zo goedkoop is geweest.

Vroeger moest je veel gelezen hebben

Nog niet zo lang geleden, in de tijd dat we nog niet continu een verbinding hadden met het wereldwijde web, of nog sterker, dat web helemaal niet bestond, had je gewoon heel veel gelezen als je overal wat van wist. Soms ook wel irritant trouwens, iemand die altijd alles beter wist. Maar tegenwoordig Google je even en word je zelf automatisch geïnformeerd door een AI-tool die het even voor je uitzoekt. En waar je vroeger dan nog wel respect had voor iemand die zoveel wist, is het nu vooral degene die het snelst kan zoeken op z’n telefoon. Niet echt een kunst. En zoals Stepfanie schrijft ‘het heeft geen intrinsieke waarde meer in een diepgaand gesprek’. En dan ligt daar als snel de link met het artikeltje dat ik maakte na het lezen van het boek van praktisch filosoof Ariane van Heijningen, waarin je leert betere gespreken te voeren.

Niet bezig met antwoorden maar met vragen

Ariane schreef dat je een gesprek niet hoeft voor te bereiden, omdat je gewoon goede vragen moet stellen. Die vaardigheid moet je dan wel bezitten, maar dat kun je leren. Je zou dat kunnen omschrijven als onbevooroordeeld erin gaan. Tyler haalt dan de Franse filosoof Michel de Montaigne aan die ook bekend stond als sceptisch humanist en vooral uitdroeg wat hij allemaal niet wist. Op zijn Wikipedia-pagina lees je dat zijn beroemdste devies is: “Que sais-je?” (Wat weet ik?) om de beperkte kennis van de mens aan te geven. Zo citeert hij bijvoorbeeld de Romeinse geleerde en schrijver Plinius: “Het enige wat zeker is, is dat er niets zeker is”.’  Maar ook Socrates was niet bezig met antwoorden maar met vragen. En zoals Ariane van Heijningen, maar ook Elke Wiss (Socrates op sneakers) ons al leerden zijn het vaak vragen waarmee je het mensen goed bedoeld moeilijk maakt. En dan komt Stepfanie Tyler tot de conclusie die mij ertoe bewoog het op onze Kompas site te moeten delen: ‘wanneer iedereen toegang heeft tot de waarheid, wordt smaak het onderscheidende kenmerk.’

Smaak als het onderscheidende kenmerk

Niet vertaald zegt ze daarover: ‘It becomes the ability to take a dry fact and weave it into a story that actually means something.’ Pak een droog feit en maak er een verhaal van dat er werkelijk toe doet. Sjonge dat is mooi. Feiten zijn goedkoop, overal verkrijgbaar, maar door er zelf een verhaal van te maken voeg je echt wat toe. Dat is een stap die je zetten moet. Want zelf iets creëren zorgt natuurlijk voor onzekerheid. Dat had ik vroeger al tijdens tekenles op de middelbare school. Als jezelf best tevreden over je tekening voelde je toch onbehagen als de tekenleraar achter je stond en jouw tekening bekeek. Wat gaat hij erover zeggen? Ik heb het trouwens nog altijd als ik een uitgewerkt interview naar de geïnterviewde stuur. Wat gaan ze ervan vinden? Onzekerheid die je niet hebt als je een feitje voorleest. Iets dat zeker is. Nog beter als je het gewoon weet.

Zelfverzekerd of vol twijfel?

‘Ons brein houdt van zekerheid, overzichtelijke situaties, volledige informatie en rechtvaardigheid’, lees ik op de site van Breinkennis. Maar daar moeten we toch een beetje vanaf. Tyler haalt in dit verband nog een filosoof aan: Bertrand Russell. Op zijn Wikipedia-pagina lees ik: ‘Russell beschouwde zichzelf als vrijdenker en was van mening dat mensen zich niet moeten laten leiden door traditie of heilige boeken, maar dat zij met hun eigen verstand tot kennis moeten komen.’ Mooi. Door wat verder te zoeken kom je dan bij het Dunning-Kruger effect dat stelt dat domme mensen zelfverzekerd zijn, terwijl intelligente mensen vol twijfel zitten.”

Niet in een hoekje aub

Psychologen David Dunning en Justin Kruger ontdekten dat incompetente mensen hun eigen vaardigheden overschatten en niet herkennen hoe slecht ze presteren, terwijl bekwame mensen hun eigen prestaties juist onderschatten. Nou pleit ik er niet voor dat iedereen in een hoekje gaat zitten om zichzelf te onderschatten, maar wel voor een bepaalde mate van onzekerheid, omdat je niet alles kan weten en het nooit meer kan winnen van alle kennis die online binnen enkele seconden beschikbaar is. Maar net als Tyler en van Heijningen (en Socrates trouwens) stel ik wel voor om beter te luisteren. Betere vragen te stellen. Oprecht geïnteresseerd te zijn, En ook om jouw smaak beter te benutten om te beslissen of je iets tot je laat komen. Tyler voegt er -zoals in ik in de inleiding van dit verhaal al schreef- aan toe dat interessante mensen niet in rechte lijnen denken maar in diagonalen. ‘Ze verbinden dingen, die ogenschijnlijk niet bij elkaar horen en houden niet te strikt vast aan hun overtuigingen. Ze zijn bereid om met een idee te spelen, het te overdenken en te onderzoeken zonder het direct te accepteren of te verwerpen. En om het nog een stap verder te brengen, hebben ze er geen probleem mee om hun eerdere bevindingen bij te werken”.

De bubbel uit

Waarbij je je moet realiseren dat je dan ook soms uit het algoritme moet breken. Uit de bubbel waar je in beland bent. Omdat het algoritme je bevestigt in wat je al wist. In wat je al vond. En je in contact houdt met mensen die hetzelfde weten en vinden. Door daaruit te stappen, verschillende meningen tot je laat komen, daar –soms in stilte– even over nadenkt, en tot iets nieuws weet te brengen, maakt je interessant. Oordelen is dan een must.

Oordeel als je kan

In dat tweede blog dat ik in m’n eerste alinea aanhaalde heeft Tyler het daarover. Dat oordelen vaak als iets slechts wordt gezien. Dat ons dat als kind al wordt aangeleerd (of afgeleerd eigenlijk). En dus ook hardnekkig is. Maar niet oordelen betekent dat je alles aanpakt. Dat je alles goed vindt. Als je juist wilt filteren, waar je in een tijd van ‘information overload’ nou eenmaal niet zonder kunt, moet je dus ook kunnen oordelen. Zij zegt daarover ‘wanneer alles getolereerd wordt, wordt niets afgewezen, maar afwijzing is het enige mechanisme waarmee kwaliteit van ruis wordt onderscheiden’. Dus daar zit de crux. Treed wel buiten je eigen bubbel, ontkom aan het algoritme want anders ontstaat er niks nieuws. Maar filter wel, wees kritisch…..zelfkritisch. Want dingen kunnen onderscheiden en een oordeel vormen is niet wreed of onaardig, maar cognitie met een ruggengraat (Stepfany Tyler, 2025).

 

Meer inspiratie